Wat is chemotherapie?

Chemotherapie is de behandeling van kanker met geneesmiddelen. Die geneesmiddelen, die ook cytostatica genoemd worden, remmen de groei van kankercellen of vernietigen de cellen. De medicijnen worden via de mond ingenomen of rechtstreeks in de bloedbaan gebracht met een infuus,waarna ze zich door het hele lichaam verspreiden en overal eventuele kankercellen kunnen bereiken.

Andere mogelijke behandelingen van kanker, zoals chirurgie (operatie) en radiotherapie (bestraling), vernietigen of beschadigen kankercellen op een specifieke plaats, terwijl chemotherapie in het hele lichaam werkt.Chemotherapie kan kankercellen vernietigen die zich verspreid hebben

in andere delen van het lichaam.

Chemotherapie tast behalve de kankercellen ook gezonde cellen aan. Daardoor kunnen er tijdelijk bijwerkingen optreden:

-misselijkheid en braken,

-haarverlies,

-vermoeidheid,

-verhoogde kans op infecties,

-verminderde eetlust,

-ontstoken mond, ...

Deze bijwerkingen verschillen van persoon tot persoon en hangen onder andere af van de medicijnen,de hoeveelheid medicijnen en de duur van de behandeling.Na de behandeling verdwijnen de bijwerkingen meestal. Vraag uw arts vooraf welke bijwerkingen u van uw behandeling kan verwachten. Ook tijdens uw behandeling kan u altijd bij hem terecht voor informatie over eventuele bijwerkingen of onverklaarbare klachten.Er

zijn tegenwoordig immers goede middelen die bijwerkingen zoals braken en dergelijke kunnen opvangen.

Voorbereidende onderzoeken

Voor een kankerbehandeling start, zal uw behandelende specialist een aantal onderzoeken (laten) uitvoeren om het stadium van de ziekte te kennen.Hij zal bijvoorbeeld nagaan hoe groot het gezwel is,waar het precies zit,of het in de omliggende organen groeit,of er uitzaaiingen zijn,enzovoort.

Het behandelende team

In het ziekenhuis waar u chemotherapie krijgt, staat een heel team medewerkers voor u klaar.Dat zijn onder andere:

- de medisch oncoloog: de arts gespecialiseerdin de behandeling van kanker;

- de orgaanspecialist,bijvoorbeeld de gynaecoloog, de uroloog,de hematoloog…;

- de chirurg: de specialist die vooral operaties uitvoert

- de radiotherapeut: de arts gespecialiseerd in de behandeling van kanker door bestraling.Niet elk ziekenhuis heeft echter een bestralingsafdeling.Voor radiotherapie moet u daarom mogelijk naar een ander ziekenhuis;

- de verpleegkundige:zorgt voor de dagelijkse ondersteuning tijdens de behandeling;

- de secretaresse: zij zorgt ervoor dat uw medisch dossier altijd ter beschikking is, dat alle nodige afspraken voor onderzoeken gemaakt worden,enzovoort;

- de sociaal-verpleegkundige en de psycholoog: zij kunnen emotionele steun bieden als u het moeilijk heeft. De sociaal-verpleegkundige

kan u ook helpen met organisatorische of financiële problemen;

- de diëtist of voedingsconsulent:die kan u voedingsadvies geven dat speciaal gericht is op uw situatie.

Wat is de bedoeling van chemotherapie?

Artsen gebruiken wel eens de termen curatief, adjuvant, neoadjuvant of palliatief. Die termen zeggen iets over het doel van een behandeling. Chemotherapie kan namelijk een curatieve, adjuvante, neoadjuvante of palliatieve bedoeling hebben.

- een curatieve behandeling is bedoeld om een patiënt te genezen;

- een adjuvante behandeling wordt gegeven als aanvulling op de curatieve behandeling.

Chemotherapie bijvoorbeeld wordt vaak gegeven na chirurgie en is dan bedoeld om het risico te verkleinen dat de kanker terugkomt;

- een neoadjuvante of preoperatieve behandeling wordt gegeven voor een operatie met de bedoeling een tumor te verkleinen zodat hij makkelijker weg te nemen is;

- een palliatieve behandeling verlicht symptomen zoals pijn, maar geneest de ziekte niet. Zij verbetert wel de levenskwaliteit van de patiënt en kan in sommige gevallen de levensduur verlengen. Als u dit wenst te weten,vraag dan uitdrukkelijk aan uw arts of de ziekte te genezen is of niet, zodat u goed geïnformeerd bent en mee kunt beslissen over het al dan niet voortzetten van de behandeling. Het is immers zeer belangrijk een curatieve behandeling volledig te ondergaan – ook al heeft u veel last van bijwerkingen.

Soms is chemotherapie de enige behandeling die u krijgt, zonder dat er bijvoorbeeld chirurgie aan voorafgaat. Dat kan onder andere het geval zijn bij leukemie of Hodgkin-lymfomen.Vaak wordt chemotherapie echter gecombineerd met chirurgie of radiotherapie,of met allebei.

Verloop van de behandeling.

Overleg over uw ziekte

Uw behandelende arts zal in overleg met u beslissen over uw behandeling. Het is goed om te weten dat uw specialist niet alleen tot dat voorstel van behandeling is gekomen.Vaak is het mogelijk een behandeling voor te schrijven die vooraf afgesproken is tussen de artsen en die internationaal erkend is als standaardbehandeling.

Als de standaardbehandeling nietvan toepassing is,of als een van de artsen uw situatie wil bespreken,komt een vergadering samen van

verschillende artsen-specialisten:het multidisciplinair oncologisch overleg.In dit overleg bespreken artsen uit verschillende disciplines,

bijvoorbeeld een chirurg (die de operatie uitvoert),een radiotherapeut (die de bestraling doet), een medisch oncoloog (die met geneesmiddelen behandelt) en een orgaanspecialist (zoals een longarts),welke behandeling voor u het beste lijkt.Na de vergadering stellen ze een brief op met de hoofdlijnen van uw behandeling – het oncologisch behandelingsplan.

Dat kan bijvoorbeeld een combinatie zijn van chirurgie en chemotherapie.U kan een kopie vragen van het oncologisch behandelingsplan,

of eventueel een aangepaste versie in eenvoudige taal.

Hoe vaak?

Hoe vaak u chemotherapie toegediend krijgt en hoe lang de behandeling duurt, hangt af van

- het soort kanker dat u heeft,

- de bedoeling van de behandeling,

- de gebruikte cytostatica,

- hoe uw lichaam reageert op de geneesmiddelen.

U kan dagelijks,wekelijks, driewekelijks of maandelijks een behandelingssessie krijgen.

Meestal wordt chemotherapie in cycli gegeven waarbij één cyclus drie à vier weken in beslag neemt. Per cyclus krijgt u één of meer keren chemotherapie toegediend. Op het einde van een cyclus is meestal een rustperiode ingebouwd waarin u weer krachten kan opdoen.

Waar?

Chemotherapie wordtmeestal toegediend in de polikliniek van een ziekenhuis – wat betekent dat u na de toediening meteen naar huis mag.Soms kunnen de geneesmiddelen thuis ingenomen worden;soms is ook een opname in het ziekenhuis nodig voor een chemokuur –vaak omdat met een infuus grote hoeveelheden vocht toegediend moet worden.

Hoe weet u of het werkt?

Tijdens uw behandeling zal uw arts u geregeld onderzoeken om te zien hoe uw behandeling werkt.Aarzel niet om hem om uitleg te vragen over de resultaten van de onderzoeken. Bijwerkingen zeggen niets over het effect van de chemotherapie. Als u veel last heeft van bijwerkingen,wil dat niet per se zeggen dat de chemotherapie goed aanslaat.Of omgekeerd: als u weinig bijwerkingen heeft, betekent dat niet dat de behandeling niet

goed werkt.

Cytostatica

De celdelingremmende geneesmiddelen die gebruikt worden bij chemotherapie, heten ook cytostatica.Welke medicijnen u krijgt, hangt onder andere af van het soort kanker, het stadium van de ziekte, uw algemene conditie,enzovoort.

Niet alle kankercellen zijn even gevoelig voor dezelfde medicijnen. Daarom wordt vaak een combinatie (een cocktail) van verschillende cytostatica voorgeschreven.

Dikwijls moet de combinatie van die middelen in de loop van het ziekteproces worden aangepast.

Wisselwerking met andere geneesmiddelen en voedingssupplementen

Bepaalde geneesmiddelen kunnen de werking van cytostatica beïnvloeden. Ze kunnen neveneffecten van de behandeling verergeren,of ze kunnen zelfs het effect van de chemotherapie verstoren.

Het is daarom van groot belang uw behandelende arts te vertellen welke geneesmiddelen u neemt – ook als het bijvoorbeeld aspirine, kruidenmengsels, vitamines of andere voedingssupplementen zijn. Raadpleeg ook altijd uw arts als u tijdens uw behandeling nieuwe middelen

wil beginnen te nemen of wil stoppen met wat u al neemt.

Cytostatica toedienen

Cytostatica kunnen op verschillende manieren worden toegediend:

- langs de mond (oraal),onder de vorm van pilletjes,capsules of vloeistof

- met een inspuiting

Veel cytostatica worden toegediend langs een katheter, een dunne plastic buis die verbonden is met een ader.Voor een toediening via een ader (in medische termen een intraveneuze toediening) wordt vaak een infuus aangelegd,waar u een half uur tot enkele uren aan ligt.

Voorzorgsmaatregelen

Zoals het geval is met alle medicatie zijn er ook bepaalde gevaren verbonden aan het gebruik van cytostatica.Artsen en verpleegkundigen die de chemotherapie toedienen, nemen dan ook voorzorgsmaatregelen om rechtstreeks contactmet de geneesmiddelen te vermijden (ze dragen beschermende handschoenen en schorten,enzovoort). Als u thuis chemotherapiemedicijnen moet nemen,zal u van het ziekenhuis instructies en aanbevelingen krijgen om er veilig mee om te gaan. Zo is het nodig om tot 7 dagen nadat u cytostatica heeft ingenomen:

- contact met uitwerpselen (braaksel, urine, stoelgang) te vermijden en altijd goed de handen te wassen;

- toilet of bedpan overvloedig te spoelen met water;

- zowel voor vrouwelijke als mannelijke patiënten:een condoom te gebruiken tot 48 uur na toediening van cytostatica. Er kunnen immers resten van de geneesmiddelen terechtkomen in het sperma of in de afscheidingen van de vagina.

Poortkatheters

Katheters en naalden kunnen na enkele chemosessies de aders beschadigen of verzwakken. Omdat het dan moeilijk of pijnlijk wordt om in een ader te prikken, wordt soms een poortkatheter ingeplant (voluit een subcutane veneuze poortkatheter, beter bekend onder de merknaam Port-a-cath). Een poortkatheter maakt het mogelijk om op een eenvoudige manier gedurende langere tijd cytostatica en andere medicijnen en vloeistoffen toe te dienen.Het systeem is voor de patiënt comfortabeler omdat er niet telkens opnieuw in de aders geprikt hoeft te worden en omdat het minder problemen geeft met de aders in de arm.

De poort – een plat, rond doosje van enkele centimeters groot – is verbonden met een katheter die de vloeistof naar de bloedbaan leidt. Het doosje heeft bovenaan een zelfsluitend soort vlies dat kan worden aangeprikt. De poort wordt onder de huid ingeplant en de katheter wordt in een groot bloedvat geschoven. Het inplanten gebeurt meestal met een kleine operatie,onder lokale verdoving.

Bij elke behandeling met intraveneuze medicatie, voor bloedafnames of bloedtransfusies kan het poortje met een speciale naald door de huid worden aangeprikt. Dat gebeurt bijna altijd door verpleegkundigen. Zodra de naald uit de poort is, kan u met de katheter alles doen (ook douchen, zwemmen, enzovoort),want het systeem is volledig afgesloten.

Het systeem blijft zitten zolang dat voor de behandeling nodig is, nadien kan het onder lokale verdoving weggenomen worden.

wpf248fa0a.png